…om eens na te denken over zogenaamde ‘vergeten groenten’. Er zijn middeleeuwse groenten die door de moderne landbouw zijn verdrongen, omdat ze niet voldoen aan commerciële eisen voor transport en massaproductie. Gewassen zoals suikerwortel, Brave Hendrik en rampion boden vroeger een hogere voedingswaarde en groeiden moeiteloos in arme grond zonder bestrijdingsmiddelen. Veel van deze planten zijn overblijvend of zaaien zichzelf uit, waardoor ze generaties lang voedsel leveren met minimale inspanning. Onze huidige groenten zijn weliswaar uniform, maar ook kwetsbaarder en minder gezond dan deze robuuste historische soorten. Door deze authentieke gewassen opnieuw te ontdekken, kunnen tuiniers een zelfvoorzienend systeem creëren dat de bodem verbetert in plaats van uitput.

Verschillende vergeten groenten uit de middeleeuwen staan erom bekend dat ze de bodemstructuur verbeteren of vrijwel geen verzorging nodig hebben dankzij hun sterke, overlevingsgerichte eigenschappen.

Groenten die de bodem verbeteren

  • Schorseneer (Scorzonera): Deze plant heeft een diepe penwortel die tot 30 cm diep de grond in groeit, waardoor verdichte bodems worden opengebroken. De wortel haalt mineralen uit diepere aardlagen waar gewassen met ondiepe wortels niet bij kunnen. Na de oogst laten de wortels kanalen achter die de waterafvoer in zware kleigrond bevorderen.
  • Agretti (Salsola soda): Deze plant is uniek omdat hij in staat is om zoute of verontreinigde grond te reinigen (fytoremediatie). De plant absorbeert natrium uit de bodem en slaat dit op in zijn weefsel, waardoor de grond na enkele seizoenen weer geschikt wordt voor andere gewassen.

Groenten die groeien zonder (intensieve) verzorging

  • Brave Hendrik (Good King Henry): Dit is de ultieme onderhoudsarme plant die groeit in de slechtst denkbare bodems, zoals zware klei, rotsachtige grond of platgetrapte paden. Eenmaal gevestigd, hoeft de plant niet te worden bewaterd, bemest of beschermd tegen vorst.
  • Suikerwortel (Skirret): Een winterharde, meerjarige plant die je één keer plant en vervolgens jarenlang kunt oogsten zonder opnieuw te zaaien. Hij kan tegen halfschaduw, arme grond en extreme kou. Omdat de kroon na de oogst direct wordt herplant, is er geen grondbewerking of vruchtwisseling nodig.
  • Tuinmelde (Orach): Hoewel dit een eenjarige plant is, zaait hij zichzelf zo agressief uit dat er na drie seizoenen een permanente plek ontstaat die geen water, voeding of herplanting meer vereist. De plant is bestand tegen hitte, droogte, vorst en arme grond.
  • Zwartmoeskruid (Alexanders): Deze plant groeit in arme, kalkrijke bodems en is bestand tegen zoute zeewind. Eenmaal gevestigd, zaait hij zichzelf zo gemakkelijk uit dat hij in middeleeuwse kloostertuinen vaak eerder in toom gehouden moest worden dan aangemoedigd.
  • Rapunzel (Rampion): Een zeer sterke plant die kou, sneeuw en korte dagen overleeft zonder bitter te worden. In de zomer kan de plant grotendeels worden genegeerd, om vervolgens in de koude wintermaanden verse bladeren en wortels te leveren.

Deze planten vormden vroeger een compleet systeem waarbij ze de bodem vasthielden of verbeterden terwijl ze decennialang voedsel produceerden met minimale menselijke tussenkomst.

Elke ruimte en bodemstructuur is bruikbaar

Deze vergeten groenten zijn juist zeer geschikt voor een kleine stadstuin, vaak zelfs beter dan moderne groenten, omdat ze goed gedijen in de lastige omstandigheden die je daar vaak aantreft.

  • Brave Hendrik groeit uitstekend in de slechtst denkbare grond, zoals zware klei, rotsachtige bodem of zelfs op platgetrapte paden en direct naast gebouwen. De plant houdt zelfs van grond waar veel op gelopen is.
  • Skirret (Suikerwortel) en Zwartmoeskruid (Alexanders) kunnen beide tegen halfschaduw, wat essentieel is in een stadstuin waar niet altijd de hele dag zon is.

In een kleine tuin wil je maximale opbrengst per vierkante meter.

  • Schorseneer groeit met een lange, dunne wortel (tot 30 cm) recht naar beneden de grond in. Hierdoor neemt de plant bovengronds weinig ruimte in beslag terwijl hij ondertussen de vaak harde stadsgrond losmaakt.
  • Tuinmelde (Orach) kan weliswaar 2 meter hoog worden, maar één enkele plant produceert meer eetbaar blad dan een hele rij moderne spinazie. Dit maakt het een zeer efficiënte verticale producent.
  • Brave Hendrik wordt omschreven als een “drie-in-één” plant: de scheuten smaken naar asperges, de bladeren naar spinazie en de bloemknoppen naar broccoli. Je haalt dus drie soorten groenten van één enkele plant.

Stadstuiniers hebben niet altijd tijd voor intensieve verzorging.

  • Veel van deze planten zijn overblijvend, zoals Skirret en Brave Hendrik. Dit betekent dat je ze één keer plant en vervolgens jarenlang (soms wel 15 jaar lang) kunt oogsten zonder dat je elk jaar opnieuw hoeft te zaaien of de grond om te spitten.
  • Rapunzel (Rampion) is perfect voor een kleine wintertuin omdat het vorst en sneeuw overleeft. Het biedt vers groen in de maanden dat andere planten afsterven, waardoor je de tuin het hele jaar door benut.

Kortom, deze planten zijn “geprogrammeerd” om te overleven in zware omstandigheden zonder dat ze extra mest of constante bewatering nodig hebben. Voor een kleine stadstuin waar de grond soms van slechte kwaliteit is of waar weinig ruimte is voor rotatieteelt, zijn dit dus ideale kandidaten.

Paarse tuinmelde